Minimaal 35 cm boven slootpeil

Tijdens de peilbesluitprocedure is er veel afstemming geweest tussen de boomkwekerijsector en Rijnland. Dit heeft geresulteerd in een gebiedsnorm voor aanleg- en onderhoudshoogte van 35 cm.

 Image

Een van de kerntaken van een waterschap is het voeren van een oppervlaktewaterpeil dat past bij de gebruiksfuncties. Rijnland legt het te voeren peil vast in een peilbesluit. Om het peil ook in natte of droge perioden te kunnen voeren, worden in de Gouwepolder in Boskoop momenteel verschillende activiteiten uitgevoerd zoals het aanleggen van nieuwe en het vergroten van bestaande duikers. Daarmee zorgen we ervoor dat het water makkelijker naar het gemaal stroomt, waar het vervolgens wordt weggepompt op de Gouwe.
Tijdens de peilbesluitprocedure is er veel afstemming geweest tussen de boomkwekerijsector en Rijnland. Dit heeft geresulteerd in een gebiedsnorm voor aanleg- en onderhoudshoogte van 35 cm. Met deze maaiveldhoogte heeft Rijnland voldoende ruimte voor berging van oppervlaktewater en biedt Rijnland een beschermingsniveau bij een bui van 50 mm met een maximale peilstijging van 35 cm.
Door inklinking van de veengrond en kluitafvoer moeten percelen met enige regelmaat opgehoogd worden om 35 cm drooglegging te behouden.

Hoe meten?
Het is belangrijk te checken of uw perceel voldoende hoog ligt. Het slootpeil kan wat variëren, dus je kan met een meetlat naast de schoeiing gaan staan, maar dat is niet volledig betrouwbaar. Hoe dan wel?
In de Gouwepolder is het waterpeil vastgesteld op -2.25 t.o.v. NAP. Dus de percelen zouden 35 cm hoger moeten liggen (-1.90 t.o.v. NAP). Dit is te checken aan de hand van een peilschaal mits die bij u in de sloot staat.
Loonwerkers beschikken vaak over een laser. Als zij percelen egaliseren, kunnen ze zien of het perceel voldoende op hoogte ligt.
Daarnaast is hier nog een link naar de AHN (Algemene Hoogtekaart Nederland) waarop ook op een vrij gedetailleerd niveau gekeken kan worden hoe hoog het maaiveld ligt t.o.v. NAP.

Materialen om op peil te blijven
Bij teelt in de vollegrond moet na iedere teelt voldoende aanvulgrond worden aangevoerd om op peil te blijven. Dit is nodig om de afvoer van kluiten en inklinking van de bodem te compenseren.
Ook containervelden zakken als gevolg van bodemdaling (inklinking ondergrond). Voor het op peil brengen van containervelden, paden of pleinen zijn er verschillende materialen beschikbaar. Ieder materiaal heeft zijn eigen specifieke eigenschappen. Ton Olieman van Gebr. Olieman toonde op een bijeenkomst ‘Op peil blijven’ (juni 2019) verschillende ophoogmaterialen.
>> Lees verder

Een veengrond klinkt in. Door langere droge periodes gaat dit proces sneller. Met een slimmere manier van draineren kan inklinking worden beperkt.
>> Lees verder