Goed gietwater

Voldoende goed gietwater (zonder natrium en chloor) is essentieel.

 Image

In droge perioden (zoals in 2019) blijkt de opvangcapaciteit van hemelwater vaak onvoldoende. De kwaliteit van slootwater neemt af. Zouten zijn dan een knelpunt. Dit geldt vooral voor de containerteelt van boomkwekerijgewassen maar speelt, hetzij in mindere mate, ook voor vollegrondsteelten.
Voor vollegrondsbedrijven is het belangrijk bij droogte tijdig te beregenen. Vochtsensoren in de vollegrond kunnen inzicht geven.

Algemene waterbehoefte
In een warme periode wordt voor de boomkwekerij wel aangehouden dat er 100 m3 water per ha per dag nodig is en in een gemiddelde periode 50 m3 water per ha per dag. Dit is uiteraard sterk afhankelijk van het gewas.

Onderzoeker Aendekerk van PPO Bomen heeft in het verleden voor de boomkwekerij onderzoek gedaan naar de benodigde watercapaciteit: welke hoeveelheid water is nodig om in een ‘normaal’ jaar de planten van voldoende water te kunnen voorzien. Dit hangt sterk af van de teeltduur, het gewastype en de intensiteit van gebruik van de oppervlakte.

Als voorbeeld containerteelt met als ingang het gewastype per ha per jaar:
A. Gewassen met een lage verdamping 3.000 – 4.000 m³
B. Gewassen met een matige verdamping 4.000 – 5.500 m³
C. Gewassen met een hoge verdamping 5.500 – 7.000 m³

Aendekerk (2003) heeft ook onderzocht hoeveel water moet worden opgeslagen om aan de gewasbehoefte te kunnen voldoen? Conclusie: in jaren met een ‘normale’ regenval is een bassin met een grootte van 1.000 – 1.500 m³ per ha voldoende om gewassen met een matige verdamping in de PCT van voldoende water te voorzien. Bij gewassen met een hogere verdamping is de watervraag groter.
Lees meer info in het kennisdossier Waterkwantiteit.

Bij boomkwekerijgewassen met een gesloten ondergrond is het wettelijk verplicht een bassin te hebben met een capaciteit van 1200 m3 ha. 2018 en 2019 was deze capaciteit voor veel bedrijven onvoldoende. Een grotere capaciteit van het bassin is goed voor het milieu en om te kunnen beschikken over voldoende gietwater.
Het is ook interessant om op het bedrijf een aparte opslag te hebben voor schoon water en voor retour water. Hiermee kan bijvoorbeeld bij gevoelige teelten in de kas gebruik worden gemaakt van schoon water en kan het retourwater dat meer zouten bevat worden gebruikt voor gewassen die minder zoutgevoelig zijn.

Zouten
Naast kwantiteit speelt de waterkwaliteit een rol. De belangrijkste ballastzouten zijn natrium (Na), chloor (Cl) en sulfaat (SO4). Ballastzouten zijn in hogere concentraties nadelig voor de groei. De zouten geven een te hoge EC in de pot (effect op wortel en osmotisch effect wateropname) en hinderen de opname van voedingselementen. Een hoog natriumgehalte verdringt namelijk andere kationen, zoals kalium (K), calcium (Ca) en magnesium (Mg). Boomkwekerijgewassen verschillen veel in mate van zoutgevoeligheid (zie tabel hieronder).

 Image

 

 

 

 

Gemiddeld mag het gehalte niet hoger zijn dan 2,5 mmol/l. Dit geldt zeker voor zoutgevoelige gewassen. Andere gewassen zijn minder zoutgevoelig. In 2018 zijn bij sommige gewassen zoutgehalten in de pot gemeten ruim boven de 5 mmol/l zonder schade. Belangrijk is wel dat als Na en Cl hoog zijn ook de andere voedingselementen voldoende beschikbaar zijn en potten goed vochtig worden gehouden.

In een droge periode is ook het gehalte bicarbonaat HCO3 in water een aandachtspunt. Bij een bicarbonaatgehalte boven de 2,0 tot 3,0 mmol/l kan ongewenste pH stijging optreden in de potgrond omdat bicarbonaat reageert met de zuurdeeltjes in de grond. Aanzuren is nodig om het gehalte bicarbonaat naar beneden te brengen.

Om aan te zuren wordt vaak salpeterzuur toegevoegd aan de mestbak. Aan de hand van een watermonster kan de juiste hoeveelheid zuur worden berekend. Een aandachtpunt bij deze methode is echter dat dit principe uitgaat van een constante mestgift van 1,0 EC. Alleen als er mest wordt meegegeven wordt ook daadwerkelijk zuur mee gedoseerd. Geeft u geen mest dan wordt er niet aangezuurd. Dat is een nadeel want juist in erg warme perioden kan het voorkomen dat een kweker weinig mest meegeeft om zoutschade te voorkomen maar dat er eigenlijk extra moet worden aangezuurd vanwege het oplopende bicarbonaatgehalte in het water. Om die reden is het beter gebruik te maken van een aparte zuurregeling op uw watergeefunit. Hiermee kan continu een deel van het bicarbonaat worden weggezuurd ook als geen mest wordt gegeven. De kosten hiervan zijn te overzien. Informeer eens bij uw installateur.

Welke mogelijkheden zijn er
In perioden van langdurige droogte en een tekort aan water, is de kwaliteit van slootwater veelal onvoldoende. Welke mogelijke alternatieven zijn er?

Leidingwater
Leidingwater kan worden gebruikt als gietwater. Knelpunt is dat het natrium bevat en chloor en bicarbonaat. De samenstelling wisselt per regio. Hierbij cijfers van Dunea: Natrium 52 mg/l (= ca 2,2 mmol/l), Chloride = 48 mg/l (= ca 1,3 mmol/l), bicarbonaat 180 mg/l (= ca 2,9 mmol/l).

Leidingwater kan voor kleien bedrijven interessant zijn. Voor grotere bedrijven is de capaciteit vaak onvoldoende. Daarnaast is er bij droogte vaak al een piek in de vraag naar leidingwater in zijn algemeen. Extra vraag vanuit de tuinbouw kan dan ongewenst zijn.

Omgekeerde osmose
Verreweg de meest toegepaste ontzoutingstechniek is omgekeerde osmose. Hierbij wordt brak grondwater geschikt gemaakt als gietwater. In dit proces worden brak grondwater opgepompt (via een put) en worden de zouten van het water gescheiden. Het goede water wordt gebruikt als gietwater. De stroom afvalwater waarin de zouten uit het grondwater geconcentreerd zijn (dit heet ‘brijn’) wordt veelal teruggepompt in het grondwater.

De osmose-installaties zijn meestal ingesteld op 50% volumerendement. Als voorbeeld een capaciteit van 5 m3 per uur. Dat betekent 120 m3 per dag met een rendement van 50% is ongeveer 50- tot 60 m3 goed gietwater per dag. Belangrijk is het om tijdig de osmose aan te zetten en zo het gietwaterbassin op peil te houden.

De toekomst van omgekeerde osmose is onzeker. Vanuit milieuoogpunt staat het lozen van brijn op de bodem ter discussie. Glastuinbouwbedrijven mogen tot 1 juli 2022 brijn lozen in het grondwater als hiervoor op 1 januari 2013 toestemming voor was. Deze toestemming is opgenomen als maatwerk in het Activiteitenbesluit.

Waterbuffering
Watergeefsystemen zijn sterk gericht op aan en afvoer van water. In de praktijk komt er steeds meer aandacht voor waterbuffering. Een (ondergrondse) waterbuffer kan worden gebruikt om in een natte periode water op te slaan en in een droge periode te gebruiken. Je zou waterbuffers aan kunnen leggen onder pleinen of containervelden met behulp van infiltratiekratten of units. Dergelijke systemen zijn zeer kostbaar.

Ook kan water worden opgeslagen in de bodem. In de glastuinbouw zijn er een aantal voorbeelden van ondergrondse wateropslag. In Greenport regio Boskoop is in 2014 en 2015 een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Belangrijk is de beschikbaarheid van voldoende schoon water om in de grond te kunnen infiltreren.
>> Nieuwsbrief Ondergrondse Waterberging november 2015

Op dit moment wordt een nieuwe studie opgestart op initiatief van Greenport Boskoop.