KENNISDOSSIER | wateropslag in natuurlijke buffers

Schermafdruk 2015-07-15 20.33.19

Wateropslag in natuurlijke buffers

Wateropslag op veengrond is een probleem. De zettingsgevoelige grond geeft bij alle systemen problemen. Bij een gegraven bassin zakken de dijken door het gewicht. Bovendien is de venige grond gevoelig voor inklinken, zeker als de grond opgezet wordt boven het maaiveld.

Door gasvorming in het veen ontstaan soms ook problemen met de bassinfolies. Er ontstaan grote ‘zakken’ waardoor het folie niet mooi strak op de bodem van het bassin blijft liggen.

Silo’s op veengrond zijn ook gevoelig voor zakken. Vooral scheefzakken geeft problemen en kan tot ernstige schade leiden. Het onderheien van de silo’s is eigenlijk de enige afdoende oplossing voor wateropslag in de regio Boskoop.

Het idee is ontstaan om in een veel meer natuurlijke setting gietwater voor de boomkwekerij op te slaan.

Het kennisdossier bevat de volgende onderdelen:
Natuurlijke wateropslag
Onderhoud natuurlijke wateropslag
Teelttechnische aspecten
Conclusie


NATUURLIJKE WATEROPSLAG

Inrichting
Percelen in het gebied hebben vaak een breedte van 30 tot 50 meter. Bij aanleg van een natuurlijke wateropslag zal altijd een gedeelte van de oppervlakte al sloot zijn en het naastgelegen perceel kan worden afgegraven.
Uitgangspunt is een plas met daaromheen een licht verhoogde groenstrook van circa 5-10 meter. Enige breedte van de groenstrook is noodzakelijk voor toegangkelijkheid met machines en om aan de buitenkant een ‘slootkant’ zonder schoeiing te kunnen realiseren.
De groenstrook wordt ca. 25-50 cm opgehoogd t.o.v. het maaiveld. Dit is nodig voor een goede scheiding met het oppervlaktewater en extra berging. De strook wordt gezaaid met gras voor voldoende draagkracht en stevigheid. Vanaf de wal maken we schuine kanten met een helling van 1:10. In het midden van de wateropslag streven we naar een diepte van 1 tot 1,5 meter.
De groenstrook kan ook (gedeeltelijk) worden ingezaaid met een kruidenmengsel. Hierdoor wordt de biodiversiteit bevordert en worden biologische vijanden gestimuleerd. Omliggende kwekerijen kunnen hier voordeel bij hebben bij de geïntegreerde bestrijding.
De oever zal worden ingericht met moerasplanten. Nadere studie moet uitwijzen welke waterplanten het meest geschikt zijn. In hoeverre de oever aan de ‘binnenkant’ moet worden verstevigd is nog een discussiepunt. Een verstevigde oever zal tot gevolg hebben dat de opslag meer water kan bevatten omdat de helling stijler kan zijn.

Ontsluiting
Het gebied waarin de wateropslag komt te liggen moet ontsloten zijn met een weg of kavelpad van minimaal ca. 3 meter. Voor de aanleg en het onderhoud is bereikbaarheid met machines van belang.  Vooral groot onderhoud na enige jaren moet logistiek mogelijk zijn.

Wateropslag en buffering
Bij voorkeur moet de wateropslag enige diepte (1-1,5 meter) hebben. Dieper water warmt minder op, waardoor en minder snel overvloedige algengroei gaat plaatsvinden. Bovendien is er in dieper water relatief minder verlies door verdamping. Dieper water wordt ook minder snel zuurstofarm.
De mate waarin water uit de buffer onttrokken kan worden is beperkt. Ten opzichte van het omliggende polderwater moeten peilverschillen beperkt zijn.
Uit eerste berekeningen blijkt dat per hectare circa 4000 m3 water is op te slaan. Dan moet wel een gemiddelde diepte van 1 meter worden gerealiseerd.
Er kan gekozen worden om de kanten van de opslag wat verhoogt aan te leggen.
Is het waterpeil in de buffer lager dan het slootpeil, dan kan boven een bepaald slootpeil ook water ingelaten worden in de opslag.

Bodem
De bodem van de opslag moet bij voorkeur kleiig zijn. In de praktijk zal een venige bodem veel eerder aan de orde zijn.
Deze venige bodems zijn rijk aan voedingsstoffen. Eutrofiëring is verrijking van het water met stikstof en fosfaat. Dit zorgt voor algengroei, vertroebeling en zuurstofgebrek in het water.  Doordat bij regen veel water wordt aangevoerd, kan er ook sprake zijn van een verdunningseffect. Ter vergelijking: Er zijn ook doodlopende sloten met hierop regenwaterafvoer van kassen die een heel lage EC hebben.
Teveel voeding uit de bodem kan ecologisch problemen veroorzaken, teelttechnisch is er waarschijnlijk veel minder snel een probleem.

De mineralisatie van organisch materiaal in de waterbodem is een belangrijke bron van fosfaat. In veel watersystemen neemt in de zomerperiode de nalevering van fosfaat vanuit de waterbodem toe, vanwege de hogere (water)temperaturen en daaraan gekoppeld een hogere mineralisatiesnelheid. Daarnaast kunnen omwoelende vissen (o.a. brasem) ook de mineralisatiesnelheid bevorderen en daarmee de nalevering van fosfaat.

De dikte van de aërobe laag, in combinatie met ijzer, bepaalt de beschikbaarheid van fosfaat. Zolang de aërobe laag ca. 15 tot 18 keer zoveel ijzer bevat dan fosfaat, zal geen nalevering van fosfaat plaatsvinden. Om te bepalen of sprake is van een eutrofe waterbodem die door nalevering eutrofiëring kan veroorzaken, moeten het totaal-fosfor (P) en ijzergehalte in de waterbodem worden gemeten. Een waterbodem is eutroof wanneer het een totaal-fosfor gehalte van meer dan 1,36 g/kg bevat en de P/Fe-ratio ten minste 0,055 kg/kg (= Fe/P verhouding van 18) bedraagt. (bron: kcwaterbodem.nl)


ONDERHOUD NATUURLIJKE WATEROPSLAG

Bij de natuurlijke wateropslag is beheer van groot belang. De volgende onderhoudswerkzaamheden zijn te onderscheiden:

Filteren
Vanwege plantengroei zal voorfiltratie noodzakelijk zijn. Dit kan met een drijvende filterbak met zeven.

Maaien
Buiten het broedseizoen zal er moeten worden gemaaid. Om de groenstrook begaanbaar te houden en houtopslag en teveel zaaiend onkruid te voorkomen zal extensief maaien noodzakelijk zijn. Waarschijnlijk zal er twee keer per jaar moeten worden gemaaid.

Water schonen
Omdat het water redelijk rijk is zal jaarlijks het teveel aan waterplanten en kroos moeten worden verwijderd. Met een maaiboot of maaiverzamelboot kan het vuil worden afgevoerd. Afvoer van planten, kroos en andere begroeiing is ook nodig om veel bagger te voorkomen. Het schonen moet in de herfst gebeuren voor de fauna in winterrust gaat. Om de walkant niet teveel te verrijken kan het schoonsel eventueel  worden afgevoerd.

Baggeren
Het kan noodzakelijk worden om bagger te verwijderen om voldoende diepte te houden. Bagger kan bijvoorbeeld worden opgepompt met een baggerpomp en worden afgevoerd.
Eventueel is de bagger ook op de groenstrook te verwerken met bijvoorbeeld een geotube.


  • TEELTTECHNISCHE ASPECTEN 
  • Volumestromen
    De natuurlijke wateropslag moet bij voorkeur worden gevuld vanuit de recirculatieput, nadat de primaire voorraad vol is geraakt. Het verpompen over flinke afstanden kan nog praktische problemen geven. Het aanvoeren van het water naar de beregeningspomp moet waarschijnlijk in 2 stappen. Vanuit de natuurlijke wateropslag wordt het in de primaire voorraad gepompt.EC-beheersing en pH
    Bij een natuurlijke wateropslag zal er plantengroei en algengroei in het bassin optreden. Naar mate de hoeveelheid meststoffen (EC)  toeneemt, zal ook de plantengroei toenemen.
    Vooralsnog lijkt een EC van maximaal 0,5 noodzakelijk. Doordat de EC laag moet blijven moet er een eerste buffer (500 m3/ha) zijn op het bedrijf en eventueel de bemesting worden aangepast (meer langzaamwerkende meststoffen)
    Door de venige bodem zullen er ook voedingsstoffen en zouten uit de ondergrond beschikbaar komen. Er kan ook sprake zijn van wat (zout) kwelwater.
    Doordat de bodem zuur is zal ook het water wat zuur kunnen worden. EC en pH zullen zeker in het begin goed moeten worden gevolgd.

    Bedrijfshygiëne
    De waterbuffer mag niet teveel onkruiden bevatten. De kanten moeten gemakkelijk kunnen worden gemaaid. Het inwaaien van onkruid en boomzaden moet worden voorkomen. De opslag wordt gemaakt op bedrijfsniveau. Problemen met besmetting van het water door plantenziekten is niet anders dan in bassins.


CONCLUSIE NATUURLIJKE WATEROPSLAG

Een natuurlijke wateropslag lijkt interessant wanneer deze op goedkope grond gerealiseerd kan worden. Toepassen van een gegraven natuurlijke buffer gaat niet zonder verder onderzoek. Er moeten nog diverse praktische vragen worden beantwoord voordat een boomkweker deze methode zonder technische of financiële risico’s grootschalig kan uitvoeren.

Een proefobject in de regio Boskoop kan bijdragen aan een duurzaam, efficiënt en natuurvriendelijk waterbeheer.