KENNISDOSSIER | boomkwekers gaan voor schone sloten

Schermafdruk 2015-07-15 20.33.19
Hoe kunnen we op een efficiënte en duurzame manier met gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen omgaan, zodat we een goed teeltresultaat bereiken en tevens komen tot een betere waterkwaliteit. Dat was de uitdaging voor het praktijknetwerk ‘Boomkwekers gaan voor schone sloten’. Het praktijknetwerk was een initiatief van een groep boomkwekers aan de Berkenbroek in Reeuwijk. In dit kennisdossier leest u meer over schoon water, waarom dit belangrijk is en welke maatregelen goed zijn voor het milieu en uw teeltresultaat.

Schoon water voor iedereen
Het Hoogheemraadschap van Rijnland bemonstert al vele jaren de waterkwaliteit op verschillende meetpunten in de regio Boskoop. Uit de metingen blijkt dat de waterkwaliteit de afgelopen tien jaar is verbeterd, maar er worden nog regelmatig te hoge concentraties gewasbeschermingsmiddelen en stikstof en fosfaat gemeten. Vanwege Europese wetgeving (Kaderrichtlijn Water) zijn er maatregelen nodig om de waterkwaliteit verder te verbeteren.

Ook boomkwekers hebben belang bij voldoende en schoon oppervlaktewater. Iedereen wil immers een schone woon en werkomgeving. Daarnaast is het belangrijk voor het middelenbehoud. Wanneer gewasbeschermingsmiddelen regelmatig in te hoge concentraties in het water worden gevonden, kan er discussie ontstaan over de toelating. Daarnaast is een efficiënt gebruik interessant omdat het kosten bespaart.

Praktijknetwerk Boomkwekers gaan voor schone sloten
Eind 2011 is het project ‘Slootgerichte aanpak van Hoogheemraadschap van Rijnland gestart. Binnen dit project hebben boomkwekers in de Berkenbroek in Reeuwijk samen met het waterschap, DLV Plant en andere partijen gedurende twee jaar gewerkt aan praktische maatregelen om te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen in het water komen. “Het was interessant om met elkaar kennis uit te wisselen”, vertelt buxuskweker Rian Laban. Omdat het project ‘Slootgerichte aanpak’ in 2013 afliep, hebben de kwekers het initiatief genomen voor het praktijknetwerk ‘Boomkwekers gaan voor schone sloten’. Het doel was om kennis te delen met andere boomkwekers in Greenport Regio Boskoop en te kijken welke maatregelen er nog meer zijn om efficiënter met gewasbeschermingsmiddelen en ook met meststoffen om te gaan.

Het praktijknetwerk (2013 – 2014) is gesubsidieerd vanuit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Europa investeert in zijn platteland. Het Ministerie van Economische Zaken, (EZ) is eindverantwoordelijk voor POP2 in Nederland.

Maatregelen
Voor de deelnemers zijn verschillende themabijeenkomsten georganiseerd. Zo is er bijvoorbeeld een excursie geweest met Watersnip Advies in het nieuwe watercompensatiegebied De Lansing en gekeken naar de aanwezige waterplanten. Deze geven een indicatie van de waterkwaliteit.
Ook zijn er verschillende maatregelen getest die een bijdrage kunnen leveren aan een betere waterkwaliteit én tevens voor de boomkwekerijsector goed toepasbaar zijn. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van waarschuwingsmodellen om op het juiste moment te spuiten of het sparen van natuurlijke vijanden. Als een kweker minder vaak hoeft te spuiten, is er ook minder kans op drift naar de sloot. Verder zijn er onder meer spuitdemonstraties gehouden met verschillende driftarme doppen en is er ervaring opgedaan met de Phytobac voor het lozen van restanten van spuitvloeistof.
Ook voor optimalisatie van de bemesting zijn maatregelen bedacht en getest.

Hieronder kunt u meer lezen over de verschillende maatregelen en hoe u deze kunt toepassen.


MAATREGELEN VOOR EFFICIENTE EN DUURZAAME GEWASBESCHERMING

In het praktijknetwerk ‘Boomkwekers gaan voor schone sloten’ hebben de bedrijven verschillende nieuwe technieken toegepast om te werken aan schone sloten. Dit was enerzijds gericht op zo min mogelijk gebruik en anderzijds op het voorkomen van emissie naar het oppervlaktewater.

Waarschuwingsmodellen
Bedrijven hebben het gebruik gemaakt van waarschuwingsmodellen voor onder meer de bestrijding van buxusbladvlo. Deze aantasting werd in het verleden veel met imidacloprid (o.a. Admire) bestreden als buxusbladvlo werd waargenomen. Dit was vaak aan de late kant, waardoor bestrijding lastig was. Daarnaast wordt imidacloprid wordt door waterschappen aangemerkt als probleemstof. Nu is op basis van het waarschuwingsmodel QMS Boomteelt tijdig Movento ingezet. Dit zorgde voor een goede bestrijding en het middel is bij de monitoring door het waterschap niet aangetroffen.
Rian Laban: “Het waarschuwingsmodel voor buxusbladvlo vond ik goed werken. Het model geeft precies aan wanneer je moet spuiten. De bestrijding met Movento heeft goed gewerkt.”

Selectieve middelen
Kwekers hebben meer gebruik gemaakt van selectieve middelen die natuurlijke vijanden sparen en een lage milieubelasting hebben.

Henk Kwakernaak: “Het project heeft mij nieuwe kennis opgeleverd. Ik spuit normaal weinig tegen luis. Dit jaar vond ik dat wel nodig. Ik heb toen Teppeki gespoten. Het middel werkte goed. Na de bespuiting waren nog veel natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes aanwezig. Met sommige middelen spuit je die ook dood, waardoor je laten al snel weer opnieuw tegen luis moet spuiten. Nu was één keer spuiten voldoende. Dat is dus beter voor mij en voor het milieu.”

Wil van Ooi: “Ik heb het middel Teppeki gebruikt tegen luis in mijn gewas. Dit middel werkte erg goed en is veilig voor natuurlijke vijanden. Ook heeft dit middel een lage milieubelasting volgens de Milieumeetlat.”

Spuiten op juiste moment
De weersomstandigheden hebben veel invloed op het spuitresultaat. Door rekening te houden met de weersomstandigheden kan de effectiviteit van een bespuiting worden verbeterd en kunt u middel besparen. Deelnemers van het Praktijknetwerk konden dagelijks het advies van het weerstation QMS Bomteelt raadplegen.

Arie Griffioen: “Met spuiten op het juiste moment kan een bestrijding worden verbeterd.”

Driftarme doppen
Binnen 14 meter langs een sloot is het verplicht om driftarme doppen uit de klasse 50% te gebruiken. Hierdoor is er minder kans dat gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater terecht komen. Uit spuitdemonstraties blijkt dat de verdeling en bedekking met de meeste driftarme doppen goed is.
>> Lees meer

Dick Hoogeveen: “Ik heb met spuitdemonstraties gezien dat driftarme doppen een mooi en gelijkmatig spuitbeeld gaven en minder drift. Ik heb voor mijn bedrijf een spuitboompje laten maken bij Teun van Breda in Reeuwijk met driftarme doppen erop. Dat spuitboompje werkt goed.”

Kees Dorresteijn: “Ik vond de demo met driftarme doppen interessant. Ik heb nieuwe
driftarme doppen voor op mijn spuitboompje gehad en die werken goed.”

Phytobac
Gewasbeschermingsmiddelen kunnen niet alleen via wegwaaien van spuitdruppels in de sloot komen. Ook erfafspoeling bij het klaarmaken van de spuit of schoonmaken van de spuit is een mogelijke route. Kwekers in het praktijknetwerk hebben ervaring opgedaan met een Phytobac voor het lozen van restanten spuitvloeistof of spoelwater.

Clemens van der Werf: “Ik heb ervaring opgedaan met een Phytobac. Vroeger spoelde ik de spuit schoon op het perceel. Ik verdeelde dan de spuitvloeistof diffuus over de grond. Het trok dan de grond in. Nu loos ik het op de phytobac. Het water verdampt en de restanten middelen worden afgebroken.”

Ton van Zoest: “Ik probeerde al zo min mogelijk te spuiten. Door de projecten ben ik nog bewuster geworden dat het belangrijk is om netjes te werken.”

Ook in andere agrarische sectoren zoals de akkerbouw wordt gewerkt aan het voorkomen van emissie. Klik hier voor een video .


  • MAATREGELEN VOOR EFFICIENTE BEMESTING

  • Voor boomkwekers is goed gietwater van belang. Voor de teelt mag water niet te veel bicarbonaat, en zouten als natrium en chloor bevatten. Hoogheemraadschap voor Rijnland kijkt naar stikstof en fosfaat. Vanuit milieuoogpunt mag het water niet te veel stikstof en fosfaat bevatten. Door deze voedingsstoffen kunnen algen sneller groeien. Dit zorgt voor donker en troebel water en zuurstofloze omstandigheden. Dit wordt eutrofiëring genoemd. De biodiversiteit neemt sterk af doordat vissen en diverse andere organismen licht en zuurstof nodig hebben.
Het terugdringen van de concentraties stikstof en fosfaat in de sloot is niet eenvoudig. Door mineralisatie van veen komt stikstof vrij. Ook fosfaat is van oudsher volop gebruikt, waardoor de bodem nog lang fosfaat na kan leveren.

Toch zijn er wel mogelijkheden:

Tips voor de vollegrond:

  • Laat een bemestingsmonster nemen en mest gericht bij aan de hand van het advies. In diverse gevallen is voldoende fosfaat in de grond aanwezig voor de plant.
  • Laat in mei een stikstofmonster nemen.

Vooral nitraatstikstof als kalksalpeter is gevoelig voor uitspoeling. Kies bij voorkeur meststoffen die minder snel uitspoelen zoals gecoate meststoffen, organische meststoffen of meststoffen met een nitrificatieremmer.

Tips voor de containerteelt:

  • De mestbehoefte tussen gewassen kan sterk verschillen. Stem de dosering gecoate meststof en werkingsduur afstemmen op de behoefte van het gewas.

In potgrond zit standaard PG-Mix als basisbemesting voor de eerste weken van de teelt. Als u in het najaar oppot of vroeg in het voorjaar heeft de plant op dat moment dikwijls niet of nauwelijks voeding nodig. Laat dan de PG-mix achterwege om uitspoeling te voorkomen.

Kies de juiste oplosmeststof. De fosfaatbehoefte van de meeste gewassen is relatief laag.


 

Recirculatie vloeistofdichte containervelden

Op vloeistofdichte containervelden moet het lekwater worden gerecirculeerd. De wateropslag moet per 1 juli 2014 een capaciteit hebben van 1200 m3 per hectare. De wateropslag moet worden gebruikt als eerste gietwaterbron en de opslag moet zodanig worden gebruikt dat de eerste 50 m3 neerslag altijd kan worden opgevangen in de wateropslag. Zie voor meer informatie over wateropslag het kennisdossier waterkwantiteit.
Door het eerste water op te vangen wordt voorkomen dat hoge concentraties gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen worden geloosd.
Er mag alleen recirculatiewater worden geloosd bij een volle opslag. Lozing vanuit de opslag is alleen toegestaan als het natrium- of chloridegehalte hoger is dan 5,0 mmol/l. Zie voor meer informatie over gietwaterkwaliteit het kennisdossier gietwater.
Indien kan worden beschikt over heel goed aanvulwater (bijvoorbeeld omgekeerde osmose) dan kan met een wateropvang van 500 m3/ha worden volstaan.

Tip: bemonster recirculatiewater als de EC ca. 1,0 is. Meet u een EC van 0,5 of lager, dan is het water vrijwel altijd van goede kwaliteit en is bemonsteren niet zinvol.

Klik hier voor meer informatie over ondergrondse waterberging

Watercompensatie gebouwen, verhardingen en gesloten containervelden

Als er extra verharding wordt aangebracht, wordt in de vergunning watercompensatie geeist. Dit is bedoeld om peilstijging door versnelde afvoer te compenseren. Standaard eist het Hoogheemraadschap van Rijnland 15% watercompensatie. Dit betekent dat 15% van het extra verhard oppervlak als extra open water moet worden aangelegd. Maatwerkberekeningen zijn mogelijk om eventueel tot een ander percentage compensatie te komen.

Efficiënt meststoffengebruik containerteelt

Door een gedeelte van de mestbehoefte met langzaamwerkende meststoffen in de potgrond te doseren, wordt de bemesting efficiënter. Er zal minder via de beregening worden bijgemest. Hierdoor blijft de EC in het bassin lager.
Bij gebruik van oplosmeststoffen kan soms worden bespaard op fosfaat. Gebruik bij normale teelt een meststof met een vrij laag fosfaatgehalte. Bij normale groei is een matig fosfaatgehalte (0,25 mmol/l) in de potgrond voldoende voor een goede groei. Door bewust meststoffen te kiezen kan zo op fosfaatgebruik worden bespaard en meer punten worden behaald in bijvoorbeeld MPS. In dit geval heeft bijvoorbeeld de meststof 20+5+20+3 de voorkeur boven 20+20+20+2.

Niet-vloeistofdichte containervelden

Op niet-vloeistofdichte containervelden mag uitsluitend worden gewerkt met meststoffen die langzaam vrijkomen. Er zijn geen aanvoer- of gebruiksnormen.
Binnen het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn de volgende meststoffen als langzaam vrijkomend afgesproken:

1. Alle volledig gecoate meststoffen.
2. Alle organische meststoffen waarbij de stikstof minimaal voor 75% organisch gebonden stikstof is.
3. Meststoffen die langzaam werken door toepassing van polymeren (ketens).

Alleen gebruik van meststoffen wordt gereguleerd die stikstof en/of fosfaat bevatten en toegepast worden voor werking via de potgrond. Bladmeststoffen die stikstof en/of fosfaat bevatten zijn toegestaan.

Tip: Stem dosering van langzaamwerkende meststoffen goed af op het gewas. Het doormengen van een standaardhoeveelheid voor heel de kwekerij sluit onvoldoende aan bij de gewasbehoefte. Denk bij de keuze van de dosering ook aan tijdige afharding in verband met vorst.


Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling:
Europa investeert in zijn platteland.
Het Ministerie van Economische Zaken, (EZ) is eindverantwoordelijk voor POP2 in Nederland.