KENNISDOSSIER | residu ook in de sierteelt een aandachtspunt

Schermafdruk 2015-07-15 20.33.19

Residu ook in de sierteelt een aandachtspunt

Door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kunnen residuen van deze middelen achterblijven op behandelde gewassen. Afnemers van groente- en fruit stellen strenge eisen aan de hoeveelheid residu op producten. In de sierteelt wordt residu ook steeds belangrijker. Hoe zit het met residu? Wat zijn residunormen en hoe voorkom je residu?

Wat zijn residunormen?
Residunormen zijn wettelijke normen voor resten van gewasbeschermingsmiddelen, die nog op een product aanwezig mogen zijn. De wettelijke residunorm wordt ook wel MRL (maximum residu limiet) genoemd en wordt uitgedrukt in mg/kg of ppm.
Er zijn alleen residunormen voor levensmiddelen zoals groente en fruit. Door het vaststellen van MRL’s wordt de voedselveiligheid gewaarborgd. Voor sierteeltproducten gelden er geen wettelijke residunormen.

Voor sierteelt gelden er geen residunormen. Toch wordt er wel steeds vaker op residu gecontroleerd. Hoe zit dat?
Certificeringorganisaties en ook de NVWA voeren residucontroles uit om te controleren dat er alleen toegelaten middelen worden gebruikt en gewasbeschermingsregistraties goed worden bijgehouden.
Daarnaast heeft Greenpeace in 2014 residuonderzoek laten uitvoeren bij tuinplanten, bloemen en potplanten. Dit onderzoek is gepresenteerd bij het tv-programma Radar. De conclusie van dit rapport was dat op sierteeltproducten residu van verschillende gewasbeschermingsmiddelen wordt aangetroffen. Het accent lag daarbij op middelen die schadelijk zouden zijn voor bijen. Deze genoemde middelen zijn echter wettelijk toegelaten en er is geen residunorm voor sierteeltproducten. De discussie heeft er wel toe geleid dat er nu in de sierteelt door afnemers zoals tuincentra over residu wordt gesproken. Bijvoorbeeld Intratuin heeft een lijst van middelen waarvan vanaf 2020 geen residu meer op de planten mag zitten.
Verder kun je residuonderzoek ook laten uitvoeren om bijvoorbeeld spuitschade door overwaaien of dampwerking van onkruidbestrijdingsmiddelen vast te stellen.

Waar laat je residuonderzoek doen?
Er zijn verschillende laboratoria zoals Groen Agro Control, Altic, Blgg, Lab Zeeuws-Vlaanderen, etc die residuonderzoek kunnen uitvoeren. Een monster toont aan welke werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen op en in het product zitten of dat een product helemaal geen residu bevat. Een monster kost ca € 125,- (excl btw) en wordt dan op zo’n 600 stoffen onderzocht. Laboratoria gebruiken hiervoor twee verschillende analysemethoden zoals gaschromatografie (GCM) en
vloeistofchromatografie (LCM). Hiermee kunnen al zeer geringe hoeveelheden vanaf 10 μg/kg worden gevonden.
Voor een aantal stoffen zijn aparte analyses, zoals ethefon, chloormequat, dithiocarbamaten (thiram, maneb, macozeb), fenoxyazijnzuren, glyfosaat (o.a. Roundup), quaternaire ammonium verbindingen, perchloraat en nitraat.
Bekijk een voorbeeldrapport van Altic en Blgg AgroXpertus.

Ik heb residuonderzoek laten uitvoeren. Hoe weet ik nu of de aangetroffen hoeveelheden veel zijn?
Dat is lastig want er zijn alleen residunormen voor groente, fruit of andere levensmiddelen, maar niet voor sierteeltproducten. Je kan een vergelijking maken met levensmiddelen, maar ook dat is lastig. De residunormen zijn voor iedere werkzame stof en ieder product (levensmiddel) anders. Een MRL is een productnorm die wordt vastgesteld per stof-levensmiddelcombinatie. Met andere woorden: bij elk gewasbeschermingsmiddel is vastgesteld hoeveel residu uiteindelijk in groente of fruit mag achterblijven. De normen voor appel zijn bijvoorbeeld niet hetzelfde als voor sla.

Hoe worden deze normen vastgesteld?
Sinds 2008 zijn in de gehele EU de toegelaten residuniveaus gelijkgesteld. Dit voorkomt problemen met export van producten binnen de EU. De Europese Commissie (EC) stelt MRL waarden vast voor de gewasbeschermingsmiddelen per stof-levensmiddelcombinatie. Dit gebeurt zodra een gewasbeschermingsmiddel wordt toegelaten. De MRL’s worden vastgesteld op basis van twee overwegingen: bescherming volksgezondheid en goed landbouwkundig gebruik.
De gezondheidscriteria geven aan hoe giftig een stof is bij éénmalige inname of hoeveel een mens er iedere dag van mag innemen zonder enig gezondheidseffect. De ARfD (Acute Reference Dose) is de limiet voor kortdurende blootstelling. De ADI (Acceptable Daily Intake) is de limiet voor levenslange blootstelling.
Goed landbouwkundig gebruik wil zeggen dat de telers niet meer van een bepaald
gewasbeschermingsmiddel mogen gebruiken dan nodig is om een ziekte of plaag goed te bestrijden. Zo worden mens en milieu zo min mogelijk belast.
Bij goed landbouwkundig gebruik liggen de residugehaltes die worden aangetroffen vaak ruim onder de MRL. Als de MRL toch wordt overschreden, is er niet direct een probleem. In de MRL zit een grote veiligheidsmarge. In de praktijk zijn veel residunormen (MRL’s) lager zijn dan vanuit gezondheidsoogpunt noodzakelijk is. De MRL wordt zo vastgesteld dat zelfs ‘liefhebbers’, de mensen die heel veel van bepaalde producten eten, de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) niet halen.

Waar zijn de normen te vinden?
De Europese MRL’s voor actieve stoffen in gewasbeschermingsmiddelen staan in de EU Pesticiden database (klik hier voor de database). Je kunt hier zoeken op middel of op gewas.
Het is niet toegestaan een gewasbeschermingsmiddel te gebruiken op gewassen waarvoor geen MRL is vastgesteld.
Klik hier om de normen voor tomaat te bekijken of klik hier voor de normen voor aardbei.
Je kan ook per middel zoeken. Klik hier en bekijk bijvoorbeeld voor cyprodinil, een werkzame stof van Switch.

Op mijn plant is 1 mg/kg imidacloprid aangetroffen. Is dat veel?
Zoals al uitgelegd is, kun je daar eigenlijk weinig van zeggen. Er zijn geen residunormen voor sierteeltproducten. Wil je toch wat vergelijken dan kijk je bij imidacloprid en zie je dat de Europese MRL voor peer 1 mg/kg is. Dit houdt in dat er op een peer maximaal 1 mg/kg mag zitten. Deze norm is ruim qua gezondheid. Als je iedere dag een peer eet, is het niet schadelijk.

Hoe lang kunnen middelen worden teruggevonden?
Hoe lang middelen worden teruggevonden varieert per middel, de concentratie die is gespoten, de omstandigheden en het gewas. Het ene middel breekt veel sneller af dan het ander. Daarbij spelen ook het gewas en de omstandigheden een rol. De afbraak van middelen is sterk afhankelijk van de omstandigheden als temperatuurt, vocht, licht enz. Je kan dus niet stellen dat middel x na een bepaald aantal dagen is afgebroken. Vanuit de praktijk in de boomkwekerij is bekend dat residu van Mogeton en ook Switch zelfs na een jaar nog in het gewas wordt teruggevonden.
In de teelt van aardbeien en bijvoorbeeld appels is wel onderzoek gedaan naar residuvrij telen. Vanuit die projecten is wel bekend dat producten die voor de bloei worden gespoten, niet meer worden aangetroffen in de vruchten.
De residueisen voor groente en fruit zijn echter zeer streng. Daar zie je zelfs dat supermarkten bovenwettelijke eisen stellen onder druk van consumenten- en milieuorganisaties. Er worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan het aantal middelen dat op een product mag worden aangetoond, bijvoorbeeld maximaal twee residuen. Daarnaast worden eisen gesteld aan de hoogte van de teruggevonden stoffen uitgedrukt als percentage van de MRL. Per stof wordt dan uitgerekend hoeveel procent het aangetroffen residu van de MRL is. De uitgerekende percentages worden opgeteld en samen mogen ze dan de 70 of 80% niet overschrijden.

Gaan we in de sierteelt ook die kant op?
De vraag is in hoeverre residunormen voor sierteeltproducten reëel zijn, omdat sierteeltproducten niet worden gegeten. Je ziet echter dat tuincentra en andere retailers onder druk van milieuorganisaties en consumenten wel degelijk eisen gaan stellen. Verder zie je in de groenteteelt en fruitteelt dat de zeer strenge eisen en eenzijdige aandacht voor residu ook nadelen kan hebben. Telers kiezen dan liever voor een breedwerkend middel dan voor bijvoorbeeld twee selectieve middelen. De laatste zijn wel veiliger voor natuurlijke vijanden, maar je hebt dan wel twee residuen op het gewas. Ook de eigenschappen van een middel betreffende de belasting naar oppervlaktewater, grondwater of bodemleven heeft geen enkel verband met residu in het product. Daarnaast is het in verband met het voorkomen van resistentie belangrijk om middelen af te wisselen. Echter afwisselen en het aantal residuen beperken, dat strookt dus niet met elkaar.

Hoe kan ik residu op mijn gewassen voorkomen?
Hoe minder er wordt gespoten, hoe minder residu er op uw gewassen voorkomen. Ook als kweker wil u het liefst zo min mogelijk spuiten. Bedrijven kiezen voor biologische bestrijding en andere niet-chemische methoden. In sommige gevallen is toch een bestrijding nodig om te zorgen voor een mooi product. Consumenten willen immers een product dat er mooi uitziet en vrij is van ziekten en plagen. Naarmate u minder gebruik maakt van gewasbeschermingsmiddelen en de tijd tussen een bespuiting en het afleveren groter is, zal er minder residu op uw planten worden aangetroffen bij het afleveren.

Op mijn gewas is middel aangetroffen dat ik niet heb gespoten.
Middelen kunnen al in zeer lage concentraties worden aangetroffen. Is dan ook mogelijk dat het middel op het plantgoed zat, de loonwerker nog restanten in zijn spuit had zitten of misschien wel via beregeningswater.
MPS gaat zich ook meer focussen op residu en is een project gestart om inzichtelijk te maken waar residuen van gewasbeschermingsmiddelen allemaal vandaan kunnen komen op een sierteeltbedrijf. Dit project heet het FSI-Project Controle (FSI (Floriculture Sustainable Initiative). Met de ontwikkelde kennis en de ervaringen van kwekers wordt ingespeeld op de maatschappelijke trend om residu in bloemen en planten beter te kunnen te beheersen. Projectpartners zijn FloraHolland, Dutch Flower Group, Waterdrinker en IKEA.
Ook wordt gekeken naar residu op uitgangsmateriaal. Het project moet informatie en kennis gaan opleveren waarmee stekleveranciers in de herkomstlanden door middel van certificering begeleid kunnen worden naar een hoger duurzaamheidsniveau. De projectpartners van MPS zijn hier Ahold, Waterdrinker, IKEA en Royal Lemkes. Het Floriculture Sustainability Initiative is een Europees initiatief om in 2020 90% van de internationaal verhandelde bloemen en planten duurzaam geproduceerd te krijgen.

Bronnen
RIVM
VWA
Voedingscentrum
DLV Plant, ervaringen van gewasbeschermingsspecialisten uit verschillende sectoren.